Albrandswaards Dagblad | Brandalarm om 3.00 uur ’s nachts in 't hotel

Brandalarm om 3.00 uur ’s nachts in 't hotel

mainImage

Mijn zoon is stage gaan lopen in Londen en wij hebben hem daar, als liefhebbende ouders, naar toe gebracht. Dat moest ook wel, want hij had drie volwassen koffers met (volgens hem onontbeerlijke) spullen bij zich. Voor ons voelde het in ieder geval alsof we met Diana Ross op reis gingen.

We vlogen met een propeller vliegtuig van Flybe, ik had er nog nooit van gehoord, naar Londen City Airport. In het vliegtuig waren dan ook slechts achttien reizigers aanwezig. Opvallend genoeg was één van hen Guus Meeuwis. En hij zat tijdens de vlucht nogal klef te doen met zijn reisgezelschap; een bevallige dame. Toen ik mijn zoon daarop wees, verklaarde hij dat Guus een ‘vrij nieuwe’ vriendin had. Ik wist dat niet, maar had dat dus wel goed gezien. Dit was gewoon te klef voor iemand als ik, die een reeds lang bestaande relatie heeft.

De landing verliep vervolgens voorspoedig, alleen deed ik iets niet wat ik eigenlijk wel had willen doen. Zeker gezien dat kleffe gedrag. Ik had heel hard ‘kedeng kedeng’ willen roepen zodra de wielen de grond raakten. Maar ik deed dat niet. En daar heb ik nu, vreemd genoeg, toch wel een beetje spijt van.

Het huis van mijn zoon in Londen viel daarna wel een beetje tegen. Klein, erg warm, overbevolkt, half afgebouwd en bovenmatig smoezelig. Een slooppandje dus eigenlijk; en dat terwijl de eigenaar aannemer beweert te zijn. Ik hoop hem de komende vijf maanden in ieder geval niet in Deurwaarders UK te zien. Maar goed, het echte studentenbestaan zullen we maar zeggen.

Een ander ‘hoogtepuntje’ van de reis was het brandalarm dat om 3.00 uur ’s nachts afging in ons hotel. Mijn vrouw spoedde zich naar de deur en ik ging eerst toch eerst toch maar even een eigen ‘brandje blussen’ in de badkamer. Je weet tenslotte maar nooit. Gezien de paniek op de gezichten en de grote haast van de mensen die zich door de gang langs onze kamer een weg naar buiten werkten, achtte mijn vrouw het raadzaam om, met enige spoed zelfs, toch ook het gebouw maar te verlaten. Stonden we daar midden in de nacht bij een graad of 2 met een stuk of zestig schaars geklede figuren en huilende kinderen op zo’n treurige parkeerplaats. Bleek het achteraf om een gast te gaan die een sigaretje had gerookt in zijn kamer. Wel een terecht alarm dus, maar toch eigenlijk ook weer niet. Als je dan je hotel (vanaf de vierde verdieping, mind you) in blinde paniek verlaat, verwacht je (ik zal niet zeggen, hoop je) toch minstens een hele vleugel van het gebouw in lichterlaaie te zien staan.

Maar het meest opvallende aan dit weekendje Londen was toch wel het weer. Wij hebben twee dagen doorgebracht onder een stralend zonnetje en een azuurblauw hemel. Kom daar normaal gesproken maar eens om in Engeland, begin februari.