Het Rotterdamse stadhuis is ondanks verschillende aanpassingen nog altijd niet voor iedereen zelfstandig toegankelijk. Vooral mensen met een beperking kunnen bij de ingang aan de Coolsingel hulp nodig hebben om het gebouw binnen te komen. De gemeente gaat opnieuw onderzoeken welke verbeteringen mogelijk zijn, schrijft wethouder Diederik van Dommelen (Vastgoed) aan de gemeenteraad.
Aan de Coolsingel is voor bezoekers een hellingbaan aanwezig, met aan het einde een bel waarmee zij hulp kunnen vragen aan een bode of gastheer of gastvrouw. Die ondersteuning is soms noodzakelijk omdat de daaropvolgende hellingbaan naar de centrale hal te steil is om zelfstandig te gebruiken.
"Dit is niet de meest wenselijke situatie", erkent Van Dommelen. Volgens de wethouder is het uitgangspunt van de gemeente dat iedereen, ook mensen met een beperking, gebouwen zoveel mogelijk zelfstandig moet kunnen betreden en zich daar zelfstandig moet kunnen verplaatsen.
De afgelopen jaren zijn al verschillende maatregelen genomen om de toegankelijkheid te verbeteren. Zo is aan de Coolsingelzijde een plateaulift geplaatst voor medewerkers met een rolstoel of scootmobiel. Aan de Doelwaterzijde is een hellingbaan aangelegd die toegang biedt tot de publiekslocatie, waar een zelfstandig te bedienen liftsysteem aanwezig is.
Ook de binnentuin is inmiddels zelfstandig toegankelijk dankzij een aangepaste bestrating en een hellingbaan. De verbinding tussen de binnentuin en de centrale hal vormt echter nog een obstakel. Daar bevinden zich enkele traptreden die niet iedereen kan gebruiken. Bezoekers die deze trappen niet kunnen nemen, worden verwezen naar de ingang aan de Coolsingel.
De gemeente gaat samen met een gespecialiseerd adviesbureau opnieuw kijken naar mogelijkheden om de zelfstandige toegankelijkheid te verbeteren. Daarbij wordt ook onderzocht of de verbinding tussen de binnentuin en de centrale hal kan worden aangepast.
Dat is volgens Van Dommelen niet eenvoudig. Het stadhuis heeft een monumentale status, waardoor niet alle bouwkundige ingrepen mogelijk zijn. Eventuele aanpassingen moeten binnen de geldende monumentale regels passen en waar nodig worden afgestemd met de monumentencommissie.
De wethouder verwacht de gemeenteraad in het eerste kwartaal van 2027 over de uitkomsten van het onderzoek te informeren.