Albrandswaards Dagblad | Op de markt is het leven van de wolhandkrab een hel
mainImage

Op de markt is het leven van de wolhandkrab een hel

26 mei 2021, 11:19 uur
Columns

De verkoop van levende dieren voor menselijke consumptie moet stoppen. Het is immoreel dat dieren hun uiteindelijke beul in de ogen moeten aankijken. En daar stopt het niet. Want hoe kun je het goedkeuren dat dieren in hun laatste levensfase worden blootgesteld aan een dieronvriendelijke omgeving, voordat de verkooptransactie plaatsvindt waarmee hun dodelijke lot bezegeld wordt. In dat opzicht is de markt zowat de slechtste plek denkbaar waar je dieren levend wil verkopen. Toch gebeurt het, hier in Rotterdam. 

Op in ieder geval één markt – die op het Afrikaanderplein op Zuid – worden levende Chinese wolhandkrabben verkocht. Die worden in Nederlandse wateren gevangen.

Eigenlijk zouden deze prachtige dieren helemaal niet in Nederland moeten zijn. Volgens de rijksoverheid heeft de wolhandkrab zich zo’n tachtig jaar geleden in ons land gevestigd, nadat zij meeliftte op schepen en met het ballastwater in de rivieren en havens terecht kwam. Diezelfde rijksoverheid schrijft dat de aanwezigheid van deze krabbensoort op inheemse diersoorten maar zeer gering effect heeft gesorteerd. En bovendien dat de effecten op het ecosysteem niet bekend zijn. Niet zoveel mis mee, dus, de wolhandkrab.

Maar de overheid wil ervan af. Opsporen en verwijderen, dat is de opdracht. De wolhandkrab is ongewenst, want uitheems. Provincies moeten ‘eliminatiemaatregelen’ in gang zetten, of de gevolgen van de soort in de kiem smoren. Het helpt dan dat vissers een lucratief handeltje hebben ontdekt in de verkoop van wolhandkrabben. Er gaat jaarlijks zo’n twee miljoen euro in om, met kiloprijzen die per seizoen variëren.

Uit een analyse van de universiteit Wageningen – in opdracht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) – blijkt dat er ruim honderd ton aan wolhandkrabben wordt aangeland. Daarvan wordt 85% geëxporteerd naar het buitenland; het resterende deel gaat naar binnenlandse restaurants en consumenten.

En de wolhandkrabben hebben het dan flink te verduren. Want dat gezeul naar de afnemers moeten de krabben levend afleggen. Dit veroorzaakt langdurige stress. En waarom gebeurt dit toch allemaal?

Een marktkoopman op het Afrikaanderplein was er glashelder over, eerder deze week in het AD. Ze moeten in leven zijn, want dood krijg je ze niet verkocht. Een trieste constatering. Want net als kreeften worden de wolhandkrabben vaak levend gekookt. Het levend koken van schaal- en schelpdieren is wreed en onnodig. De doodsstrijd kan wel drie minuten duren waarbij het dier probeert te ontsnappen. Een ware marteling voor het dier.

Laat de gemeente de verkoop van levende krabben op Rotterdamse markten verbieden. De gemeente kan niet handhaven in winkelpanden, wél bij de marktkraam. Zij organiseert de markten in de stad, en heeft een verordening met regels waar marktkooplui zich aan moeten houden. Bijvoorbeeld welke artikelen ze mogen verkopen. Of niet verkopen. Ik heb nog wel een idee waarmee te beginnen.