Albrandswaards Dagblad | Jan D. Swart: GroenLinks is big business

Jan D. Swart: GroenLinks is big business

mainImage

Ik tikte op Delpher hittegolf 19e eeuw in en kwam uit op 25 september 1895 toen in Londen 85 graden Fahrenheit werd gemeten. Gelijk gegoogeld hoeveel Celsius dat was: 29,4444. Viel mee.

De Engelse correspondent van het Rotterdams Nieuwsblad was er wel van ondersteboven, want in Cheapside was een omnibuskoetsier van de bok gevallen: zonnesteek. In Bournemouth een doodgraver bij het delven. En in een herberg te Thorne stak een Iersche daglooner woedend met een mes om zich heen en verwondde vele bezoekers. Ook zonnesteek.

Op 1 augustus 1899 meldt hetzelfde RN dat het kwik in Spanje naar 117 graden Fahrenheit was opgelopen. Dat is 47,222 Celsius. Nu wordt het menens.

De Amsterdammer meldt op 13 augustus 1896 de dood van 48 menschen in New York ten gevolge van buitengewone hitte en er vielen er ook nog eens 100 flauw. Het aantal sterfgevallen in die area was daarmee opgelopen naar 226.

Het klimaat had dus 120 jaar geleden ook al ADHD.

Nee, ik ben geen ontkenner. Maak geen fout. Ik neem het dreigement van een stijgende waterspiegel buitengewoon serieus. Als het water echt de ziekte in krijgt komt het uit alle hoeken en gaten. Daar hoef je geen wetenschapper voor te zijn en ook niet de blits te maken met je elektrische fiets. In 1953 was ik in Strijen op de Oudehavenweg. De piano van Tante Lien dreef in de woonkamer.  

Mijn bezwaar is wel dat ze elkaar in de klimaatuitleg academisch heel erg wantrouwen. De zogenaamde grootgeleerden pompen zichzelf op tot maestro’s en beulen het volk af met dure tegenstrijdige volzinnen, die geen sterveling begrijpt. En dat is meteen het verschil met het milieu. Want daar hebben we geen professor en geen GroenLinks voor nodig. We zien de zee, het plastic, we constateren dat vissen er de dievenmoord in stikken en we doen er geen reet aan. Nou ja, iets. Maar in elk geval te weinig.

Halsema en de kerosine

Waar we ook eerlijk in moeten zijn: er zit veel valsheid in de hoek van de bakfietsers. Toen de affaire van die zoon van die Groenlinkse burgemeester in Amsterdam uitlekte zat de familie in Afrika, dus ze hadden er wel stiekem weer een paar ruggen kerosine tegenaan gegooid. Geeft niks hoor, ik ben niet achterlijk, GroenLinks-zijn is big business.

Als ik morgen een digitale klok in elkaar heb geknutseld waarmee ik het van thuis met één druk op de knop in Spangen kan laten regenen, heb ik overmorgen een ton subsidie. Neem ik er Bloemhof bij, heb ik twee ton. Zo makkelijk kan je in Rotterdam aan je geld komen als je een handig ventje bent en vals klimaatliefde suggereert.

Kom maar met je idee. Verzin drankflessen die zichzelf inschenken en daarna zelfstandig recyclen. Bouw containers van schors die in toenemende zelfverrukking hun eigen bestemming bepalen. Laat met toepassing van de Wet van Gay-Lussac een azelea in een hyacint veranderen en fluitketels in duurzame oorwarmers. Ik bedoel: val op. Daarna kun je in deze stad ruimschoots cashen.

De stadstobbe

Zelf ben ik al bezig met het uitvinden van een medisch gestructureerde stoelgang voor elk zindelijk mens, zodat iedere morgen om drie minuten over zeven in heel Rotterdam centraal kan worden doorgetrokken. Allemaal tegelijk kakken. Ook de raadsleden. Bespaart miljoenen. 

Verder wil ik wijn uit de keukenkraan laten komen. Spaart flessen uit. Voorwas en hoofdwas worden één grote multiwas in één grote sissende gedesinfecteerde stadstobbe, waarin alle bewoners verplicht worden op het afgesproken uur gezamenlijk naakt plaats te nemen. Mannen en vrouwen gescheiden. Dat nog net wel. Maar allemaal broek omlaag. Scheelt miljoenen.

Ik bedoel maar: wees slim, verzin iets, want de Jesse Klavers, de Halsema’s, de plaatselijke Bontes, Bokhovens, Roestjes en Postma’s hebben zo’n tiet met geld om het te verdelen. En ondertussen creperen de oudjes die de stad hebben opgebouwd in de verzorgingscontainers zonder airco en personeel.

Warm hè, deze week.
Maar de week ervoor zat ik gewoon met een jas aan bij ADO-Sparta.