In huize Sørensen regeert koning Voetbal

14 December 2020, 22:53 uur
Columns
mainImage

“Als Feyenoord verloren heeft, hebben de schillenboeren op Zuid extra werk”, vertelde mijn vader in de tijd dat de schillenboer nog een wekelijkse realiteit was.

Ik moest eraan denken toen Nel, mijn vrouw, zondagavond mijn goede bui en eetlust relateerde aan de overwinning van mijn club in Venlo. Ze voegde er glimlachend aan toe: ”Wat ben je toch altijd kinderachtig.”

Geen probleem, want ik weet het al heel erg lang. Sterker nog: ik wil kinderachtig blijven anders is voetbal veel minder leuk (buiten zelf doen natuurlijk).

Verrajer

Mijn eerste levensjaren bracht ik door op de Bree. Om de twee weken zag ik vanuit onze erker op twee hoog een stroom hoeden met mannen eronder richting het Feijenoord-stadion gaan. Toen ik vier was mocht ik met mijn vader mee. Zo is het gekomen.

We verhuisden naar de Mathenesserweg midden in een Sparta-buurt, maar het irreële kwaad was al geschied. Ik bleef mijn club van Zuid trouw. Dat viel niet mee, want ik merkte al snel dat Spartapieten een bloedhekel aan Feijenoord (toen nog geen Y) hadden.

Het gevolg was dat ik na iedere overwinning van mijn club op Sparta – dat gebeurde vrij veel – moest spitsroedelopen op het schoolplein, ondanks het feit dat ik met klasgenootjes ook Sparta volgde vanaf de jongenstribune. Toen Sparta icoon Tinus Bosselaar 'overliep' naar Feijenoord in 1954 werd ook ik als verrajer gekwalificeerd. Hij keerde overigens twee jaar later weer terug op het oude nest in Spangen. 

Romeinen

Sportfanatisme is niets nieuws. De Romeinen kenden het al en het was net zo onlogisch als nu. In de stad Rome waren vier wijken die hun eigen kleur hadden: groen, rood, blauw en geel. Soms braken massale vechtpartijen uit als de ene kleur vond dat de andere kleur hen of opzettelijk van de overwinning had gehouden of nipt had gewonnen. 

De wagenrenners werden voor het begin van de race door lot aan een kleur c.q. wijk gekoppeld, dus aan de paarden of de wagenmenners lag het niet. Het ging om de kleur waar je voor gekozen had. Zo is het voor mij ook met voetbal. Volstrekt irreëel blind voor een club kiezen zodat een in objectieve ogen merkwaardige gebeurtenis gevoelsmatige waarde krijgt.

Sceptici

Soms, heel soms, kom ik wel eens sceptische mensen tegen die me wijzen op het vreemde verschijnsel van het blind fanatiek kijken naar volwassen mannen en vrouwen die achter een bal aanhollen en dat projectiel met opgeblazen lucht in een net proberen te schoppen, terwijl ze daarbij allerlei merkwaardige regels in acht houden.

Sterker nog: ze wijzen op het feit dat je je tijd veel beter kunt verdoen door bijvoorbeeld te figuurzagen of een goed boek te lezen. Als het over de salarissen bij het betaald voetbal gaat kunnen die sceptici of meewarig het hoofd schudden of gaan schuimbekken. Het maakt mij niet uit. Ik blijf gewoon voor mijn club en jazeker, ik laat mijn stemming afhangen van het resultaat.

Trots en kinderachtig

Ook ben ik trots op mijn stad, omdat we met drie clubs in het betaalde voetbal zijn vertegenwoordigd. Fuseren, een voor buitenstaanders logische gedachte, zou de doodsteek voor onze trots betekenen, zoals de volksclub DWS uit 020 in een grijs verleden ook gemerkt heeft. 

Het leuke aan voetbal is juist het feit dat je als een klein kind kan juichen, tranen in je ogen krijgt bij het zingen van ons Hand in Hand en je kan verkneuteren over het verlies van een andere club (jazeker het afwasmiddel).

Laat me asjeblieft kinderachtig, irreëel en kortzichtig blijven, ik voel me er volkomen senang bij.

Koning Salomon zei het al een paar duizend jaar geleden. “Alles is ijdelheid en najagen van wind.”

Met wind moet hij ongetwijfeld een voetbal bedoeld hebben.