Albrandswaards Dagblad | Blijven dromen van de doorbraak: Ik geloof in mij 
mainImage

Blijven dromen van de doorbraak: Ik geloof in mij 

22 november 2020, 22:18 uur
Columns

Deze tijd brengt met zich mee dat we meer thuis zijn en vaker tv kijken. Dat is niet altijd een vreugd. De terugkeer van M - ook al is Margriet van der Linden tegenwoordig iets minder hysterisch - noodzaakt terstond tot zappen. De terugkeer van Paul de Leeuw - nog steeds even hysterisch - bij BNN/Vara, maakt dat ik op vrijdag niet langer OP1 hoef te zien. Gelukkig is daar op hetzelfde moment ‘Ik geloof in mij’ op SBS6. 

‘Ik geloof in mij’ is mijn nieuwste Guilty Pleasure: een genoegen waar je je een beetje voor schaamt (zoals een broodje frikandel speciaal). Ik had op tv al enkele favorieten waar ik liever geen ruchtbaarheid aan geef. Zo kan ik bij ‘Ik Vertrek’ intens genieten van de idioten die via internet een wrakke boerderij in Tsjechië kopen zonder er ooit te zijn geweest, de taal niet spreken en geen enkele ervaring hebben in wat ze daar willen gaan doen. Ook ‘De Rijdende Rechter’ ervaar ik als smullen. Daverende ruzies over een te hoge of te lage schutting, vallende boomblaadjes of een regenpijp die 10 centimeter te ver uitsteekt. 

Maar dat alles is niets vergeleken bij ‘Ik geloof in mij’, inmiddels uitgegroeid tot een ware kijkcijferhit. ‘Ik geloof in mij’ gaat over zangers uit de B- en C-klasse. Artiesten die het (nog) niet hebben gemaakt. Maar die vol overtuiging optreden op bruiloften en partijen, op rondvaartboten, in kroegen en verzorgingstehuizen. Ze dromen ervan ooit door te breken en op een dag in Ahoy of de Arena te staan. Zelfs Dries Roelvink is voor hun al een stip aan de horizon. Ze willen vooral Bekende Nederlander zijn. En dat maakt ze tegelijk bewonderenswaardig en beklagenswaardig. 

Neem Rutger van Barneveld, die met vriendin Ivanka leeft in een woonwagen op een camping waar zijn opa en oma de leiding hebben. Rutger beschikt over een redelijke strot, maar heeft zijn uiterlijk - “Ik ben geen Leonardo DiCaprio” - een beetje tegen. Zelfs opa en oma geloven er niet meer in dat ’t na twintig jaar zangcarrière nog wat gaat worden. Maar Rutger begint vol vertrouwen aan zijn jubileumtoer, waarbij de accu van z’n auto het laat afweten. Zijn geluidstechnicus kan bij een show de juiste muziek niet vinden en tijdens een radio-optreden heeft Rutger de tekst van zijn nieuwe, zelfgeschreven single niet bij zich. Deze blunder maakt hij goed met een enthousiast live-stream-optreden voor 37 kijkers, waarbij prompt de camera uitvalt.

Goedmoedige kneuzen

‘Ik geloof in mij’ doet denken aan het rariteitenkabinet van ‘Man bijt hond’. Goedmoedige kneuzen, die - vervuld van de televisie-aandacht - niet door hebben dat ze voor gek staan. Dave van Well bijvoorbeeld heeft ’t gevoel dat hij heel goed op weg is. Daarom investeert hij dik in de opname van een videoclip voor zijn nummer ‘Mooie Heupen’. Maar ja, Dave vangt slechts €650 voor een avondvullend optreden, dus - ondanks steun van een sponsor, de eigenaar van een dierenbegraafplaats - moet er beknibbeld worden op de sexy danseressen. Zodoende krijgen we wat heupwiegend pubermeisjes van pakweg 12 tot 15 jaar uit een amateurdansklasje voorgeschoteld. Dave mag wel oppassen dat hij geen pedo-jagers achter zich aankrijgt.

Het legioen artiesten dat droomt van roem is eindeloos. SBS had het voor ’t uitkiezen. Van de 16-jarige Gio Swikker tot de bejaarde minstreel Wally McKey, artiestennaam voor Wally Slot. Waar Wally zich voorstaat op zijn verleden als frontman van rockgroep Lemming in de jaren zeventig, kijkt Gio vooral naar de toekomst. Want Gio ziet zichzelf als de enig denkbare opvolger van levenslied-zangers Danny de Munk en Tino Martin. Daartoe volgt hij wekelijks zangles, staan zijn beide oma’s permanent klaar om hun prinsje te pamperen en krijgen we als hoogtepunt een optreden in een Schevenings café. Gio heeft ondanks zijn jeugdige leeftijd al een aantal tranentrekkers opgenomen met veelzeggende titels als ‘Jouw ogen’ en ‘Laat je gaan’. Maar voor de camera laat hij weten dat hij al wel heeft gezoend, “maar ‘m er nog niet in heeft gedaan.”

René le Blanc

De grote ster van ‘Ik geloof in mij’ - de titel lijkt hem werkelijk op het lijf geschreven - is echter René de Wit. Artiestennaam: René le Blanc. Zo wit als zijn achternaam is, zo zwart is zijn geverfde bos haar. Want René is een ijdeltuit eerste klas. Maakt zijn onderdanige partner Jolanda eens een opmerking, die hij als kritiek op zijn uiterlijk ervaart, dan schiet René meteen in een andere modus. Maar dat hij bij een optreden voor een handvol dementerende bejaarden wordt aangekondigd als Le Blanche en bij Shownieuws consequent Le Blank wordt genoemd, zal hem niet deren. Want als er iemand in René le Blanc gelooft dan is het René de Wit. 

René - ook wel bekend als de Nederlandse Engelbert Humperdinck - vindt dat hij in hetzelfde rijtje hoort als De Toppers. Hij mist alleen nog nèt even dat laatste stapje. En daar heb je soms wat hulp bij nodig. Voor de presentatie van zijn nieuwe single ‘If I tell you’ belt hij stad en land af om een echt bekende artiest te strikken die het CD’tje wil presenteren. Gordon heeft helaas die dag al wat en dat geldt ook voor een boel anderen. René Froger kan wel, maar vraagt daarvoor een bom duiten. Als René bijna aan ’t eind van van zijn alfabetische telefoonlijstje is, stuit hij op de 75-jarige Ronnie Tober. En vooruit, de goedmoedige oude baas wil wel. Benieuwd hoe Tober opkeek, toen hij later op tv ontdekte dat hij 20ste keus was.

Geverfde haar

René le Blanc is een karikatuur van de roem najagende artiest. Alles is even protserig aan hem. Zijn manier van praten, zijn kleding, de inrichting van zijn huis en natuurlijk dat geverfde haar. Maar René geniet van de camera, van de aandacht die de tv-uitzendingen hem opleveren. Waar hij eerst zo nu en dan een stukje kreeg in een lokaal huis-aan-huisblad, staat hij nu ineens met een interview in De Gelderlander en wijdt het roddelblad Privé wat regels aan hem. Vol trots belt hij meteen zijn moeder. René haalt nu zelfs RTL Boulevard en Shownieuws; omdat ’t hem allemaal teveel zou worden en hij een media-stop heeft aangekondigd. Voordat ik hierover ben uitgelachen, is Le Blanc echter alweer met een stijve piemel in de talkshow van Beau aangeschoven. Minder leuk is dat ik nu voortdurend met dat kutnummer ‘If I tell you’ in mijn hoofd zit.